In de moderne diepte-psychologie wordt algemeen aanvaard dat ons huidige emotionele leven in belangrijke mate is bepaald door gebeurtenissen uit de ‘vormingsjaren’ van ons leven, dat wil zeggen de jaren voordat we uitdrukking leerden geven aan onze gedachten en gevoelens. De kwaliteit van de zorg en aandacht die we ontvingen, de gezinssituatie, de traumatische en stimulerende ervaringen die we toen hadden, zijn in sterke mate medebepalend voor onze persoonlijkheidsontwikkeling.
Voortbordurend op deze inzichten van Freud en zijn volgelingen ontdekte Speyer in de 60-er jaren al dat de basis van ons gevoelsleven verantwoordelijk is voor de problemen die we in ons leven zullen tegenkomen. Gevoelsproblemen ontstaan niet in het verstandelijke deel van onze hersenen, maar vinden hun oorzaak in het onbewuste of associatieve gedeelte daarvan. Dit onbewuste gedeelte wordt al in onze vroege levensjaren gevormd, in een periode waarin het kind voor de bevrediging van zijn behoeften afhankelijk is van zijn omgeving - meestal de ouders. Ook fysiek en verstandelijk is het voor het kind in die situatie nog niet mogelijk zich te verweren in allerlei bedreigende situaties. En al hebben ouders meestal het beste met de baby of kind voor, toch kan het in die prille kindertijd door allerlei traumatische ervaringen en onvredegevoelens, zoals gebrek aan liefde, warmte, geborgenheid, etc., emotionele pijn oplopen, die het niet kan verwerken.
Ons bewustzijn bestaat uit een drietal ontwikkelingsnivo.s. Het lichamelijke (somatisch-sensorische) bewustzijn is rond de geboorte al ontwikkeld. Het organiseert de vitale functies zoals ademhaling, bloedsomloop, slaap, spijsvertering en energie-voorziening. Ook gevoelens als honger, pijn en aanraking worden door dit deel van het brein verwerkt. Vooral trauma.s rond de geboorte en met name de geboorte zelf worden voornamelijk door dit deel van het bewustzijn verwerkt. Vaak zijn ze overweldigend en levensbedreigend en een groot deel ervan moet dan ook .ongevoeld. weggedrongen worden (door krachtige endorphines, een soort door ons lichaam zelf geproduceerde morfine) en opgeslagen in het onbewuste. Hierdoor kunnen op dit nivo van het bewustzijn al heel vroeg over- en ongevoeligheden ontstaan. Overgevoeligheden als b.v. astma, colitis, migraine, eplilepsie, palpitaties, lichamelijke pijnen, misselijkheid en braken, eczeem, als ook afkeer om aangeraakt te worden. Aan ongevoeligheden zie je vaak problemen ontstaan die te maken hebben met geen honger kunnen voelen (zoals bij bulemie/anorexia), niet gewaar zijn van lichaamshouding of het niet voelen van koude voeten. Het bewustzijn heeft zich als het ware uit het lichaam teruggetrokken.
Vanaf zes maanden tot een jaar of zes, zeven, rijpt het emotionele-expressieve bewustzijn uit. Emotionele kwetsingen (niet geliefd worden, in de steek gelaten worden e.d.) worden met name door dit deel van het brein opgevangen en geintegreerd. Te sterke emotionele trauma.s worden weer naar het onbewuste verbannen en kunnen gerekanaliseerd worden naar het spierselsel (het expressiesysteem van het emotionele bewustzijn) en daar als het ware bevroren raken (spierspanning in nek, lage rug, spanningshoofdpijn, gelaatsexpressie, houding). Depressie is een voorbeeld van emotionele ongevoeligheid op dit nivo; irritatie, woede en angst een overgevoeligheid.
Het derde nivo van ons bewustzijn, het mentale bewustzijn, komt het laatst tot ontwikkeling. Het onderscheidt de mens van de andere diersoorten en is zeer goed uitgerust om op een heel effectieve manier onverwerkte pijn uit de eerste en tweede bewustzijnslijn te onderdrukken (mentale ongevoeligheid) of te symboliseren (mentale overgevoeligheid). De .gezonde. functies van het derde bewustzijnsnivo zijn: logica, denken, integreren en creativiteit. Projectie, rationaliseren, achterdocht, obsessief gedrag zijn een paar voorbeelden van mentale overgevoeligheden. Dit symbolische gedrag van verdrongen pijn op derde bewustzijnsnivo is de neurose. In het huidige gedrag wordt een klein deel van de verdrongen pijn uit het verleden op een symbolische manier ontladen, zonder dat bewust contact kan worden gemaakt met de oorspronkelijke pijn. Neurose dwingt ons dan ook gedeeltelijk in het verleden te leven.
Zware trauma.s (meestal voor of rondom de geboorte ontstaan) kunnen niet door de eerste lijn worden verwerkt en in toom gehouden en sijpelen ook door naar tweede en derde lijn, die ook al tijdens de geboorte in minder rijpe vorm aanwezig is. Een zwaar geboortetrauma (een vastzitten in het geboortekanaal) kan b.v. op de eerste lijn (somato-sensorisch) een astma veroorzaken. Wanner deze lichamelijke overgevoeligheid niet voldoende symbolische verwerking biedt om trauma in toom te houden, moet er ook op de tweede lijn (emotioneel) een overgevoeligheid gesymboliseerd worden in de vorm van b.v. een angst voor kleine ruimtes. En eventueel moet zelfs de derde lijn er aan te pas komen, waar het (eerste lijns) geboortetrauma dan gesymboliseerd kan worden in het waandenkbeeld .overal in vast te zitten., .nergens uit te kunnen komen. , etc. etc.