Speyer Instituut

Speyer Relatiespel

Nu pas begrijp ik mijzelf

Het Speyer Relatiespel is niet zomaar een spelletje. Het is een serieuze zelfanalyse om te ontdekken hoe menselijke relaties voortdurend onderhevig zijn aan signalen van ouderlijke programmering. Vaak vormen ze de oorsprong van onze negatieve overtuigingen, die in de vorm van steeds terugkerende emotionele en relationele klachten in ons volwassen leven ná-galmen, maar echter niet als zodanig worden herkend.

Speyer heeft dit spel voor het eerst in zijn opleidingsboek “Ik haat van jou” gepresenteerd om aan te geven dat ‘ouder’programmering eigenlijk niet zoveel verschilt van computerprogrammering. Hij gebruikt daarbij persoonlijke relatie driehoekjes, waarin de emotionele woordbetekenis van 'warm of koud' en 'sterk of zwak' bepalend zijn voor de juiste uitkomst. Voor toepassing van zijn spel in onze website hebben wij de oorspronkelijke opzet iets aangepast.

Wil je weten of vroegere emotionele programmering ook bij jou of je partner nog invloed heeft op hoe je met relaties omgaat? Test dat hieronder dan eens uit.

Probeer daarbij de houding van je ouders naar jou toe en naar elkaar en ook jouw houding naar hen te herinneren, in de periode dat je nul tot vijf jaar oud was. Als je deze herinneringen niet kunt ophalen, neem dan die van een latere leeftijd, die wel nog uit de kinderjaren dateren. Vraag jezelf daarbij af wie emotioneel de sterkste was, wie het meest dominant. Vader of moeder? Was vader sterker (emotioneel natuurlijk) of je moeder? En dat alles in jouw herinnering.

N.B. Door het hele spel heen (dus niet alleen bij de relatie tussen jou en je ouders, maar ook bij de relatie van je ouders onderling) betekent "Koud" hier: kritisch, ongeïnteresseerd, angst voor de ouders, in het algemeen geen emotioneel contact, geen communicatie, beperkingen, straf, afwezigheid van ouders etc. "Warm" betekent: genegenheid, begrip, liefde en in het algemeen een goed emotioneel contact en communicatie.

Ontdek je eigen patronen

Vraag Antwoord
1. Wat ben je?
2. Er is altijd wel een moeder of moederfiguur aanwezig in je vroege jeugd. Hoe was, volgens jou, haar houding naar jou toe, emotioneel gezien?
3. En hoe was in die periode je relatie met haar?
4. Was er in je vroege jeugd een vader of vaderfiguur voor jou?
5. Geef hiernaast nu eens aan hoe zijn houding toen (0-5 jr) naar jou toe was, emotioneel gezien dus. Als je dat niet kunt herinneren, hoe was dat dan b.v. later, maar wel nog tijdens je kinderjaren.
6. En hoe was volgens jou de relatie met hem?
7. Als beide ouders aanwezig waren, hoe was — volgens jou dan — de onderlinge relatie van je ouders in die periode?
(Een ander kan daar natuurlijk een andere mening over hebben!)